Tussentijd II

In december schreef ik over tussentijd. De tijd tussen Sinterklaas en Kerstmis, waarvan ik ijdel hoopte dat ‘ie mij wat rust zou gunnen. De tijd tussen slapen en ontwaken, zweven tussen niets en alles moeten. De plek waar ik mij heel even een vrij mens waan, voordat ik weer volop moeder ben. Een wereld waar één seconde kan uitrekken tot urenlang genieten.

Nu zit de hele wereld in een eindeloos uitgerekte tussentijd, waarin we samen zweven in het niets en alles tegelijk. Al lijkt het er meer op dat we ergens tussen zijn gevallen. Een onverwachte spleet in de gletsjer en we gleden naar beneden. We liggen onderuit in een koude holte met blind wit om ons heen. Zo onbeweeglijk mogelijk wachten we op een redding en hopen ondertussen niet nog verder omlaag te glibberen. Er is geen houvast. Geen pikhouweel. Geen klimijzers onder onze zolen.

Eindelijk dan die lang verlangde rust. De wekker gewoon wat later. Geen we-moeten-naar-school-stress, dus we nemen de tijd voor ontbijt. Ruimte voor gesprekken. Boeken lezen. Opruimen in huis. Het kan nu allemaal. Sterker nog, het gebeurt volop om mij heen. Met een grote boog om mij heen welteverstaan. In mijn huis mag de wekker wat later rinkelen, vóór die tijd is er allang iemand met koude voeten naast mij gekropen. Iemand met rammelende honger zonder besef van tussentijd – oud of nieuw. Etenstijd is etenstijd en die is altijd nu.

Geen rustig wachten op redding in mijn huis, maar blind wit rondglibberen. Al doe ik mijn best om zand te strooien voor enige bedding in de dag, het mag niet baten. Ik ben geen juf, mijn huis bij lange na geen school. Na vijf weken ben ik niet meer bezig met klokken en roosters. Ik kan het niet, mijn kinderen niet met mij. Ik zei het eerder al, ik ben geen school. Taken, werkjes en knutselen komen elke dag voor elkaar op een organische manier. Ik leer loslaten en meebewegen. Heel veel meebewegen.

We ruimen niks op in huis, behalve ik de godganse dag meer nog dan de gewoonlijke rommel. Ik lees elke dag met mijn dochter volgens planning, maar ben zelf geen letter verder gekomen in de stapels boeken naast mijn bed. Meer gesprekken ja, waar ik ongelooflijk van geniet. Mits de woorden ‘handen wassen’ er niet in voor komen.

Na het werk van school zijn ze vrij en genieten van samen buiten spelen in deze heerlijke lente. Er blijken een hoop kinderen van dezelfde leeftijd in de buurt te wonen. Voorheen allemaal druk met hun eigen bezigheden en schoolvriendjes. Nu maken ze samen de stoepen onveilig op skates, fietsen, space-steps en van die halve hooverboards op wieltjes.

Ik dacht eerst na ‘schooltijd’ zijn ‘we’ vrij, dus joepie twee uurtjes voor wat eigen werk. Ik rekende even buiten de was & de plas, boodschappen doen in de jungle, meer opruimen, om nog maar te zwijgen van waterballonnen vullen, skates tien keer helpen aan- en uitdoen, pleisters plakken en lekkers pakken. En elke dag die ene confronterende vraag…wat eten we vandaag?

We gaan de zesde week in van deze intelligente lockdown. Ik leef volledig bij de dag. Ik heb geen keuze, er is geen vooruit kijken in het blinde wit. Het geeft niet. We zijn gezond en we hebben goed te eten. We wonen heel erg klein zonder tuin, maar het is een veilig dak boven ons hoofd. We kunnen naar buiten zonder neergeknuppeld of direct beboet te worden, een groot goed in deze tijd. Onze vrijheid is beknot, maar we zijn nog steeds burgers met veel rechten en voorrechten.

Elke avond zweef ik daarom vol dankbaarheid tussen het uitgerekte alles en niets. Heel even perfect gelukkig bij het uitgeput in slaap vallen.

 

 

DEZE COLUMN VERSCHEEN EERDER OP OUDERSONLINE IN APRIL 2020:

https://www.ouders.nl/columns/tussentijd-ii

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *